Robert Meijer is wethouder in de gemeente Noordenveld en sinds juli 2022 is hij voorzitter van het algemeen en van het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe. ‘Ik heb er nog geen moment spijt van gehad dat ik ja heb gezegd tegen het voorzitterschap’, verklaart Robert enthousiast. Hij wil vanuit zijn voorzittersrol graag het verschil maken voor de RUD Drenthe. In de afgelopen tien jaar heeft hij de organisatie zien groeien en ontwikkelen.

Inzicht in het verhaal achter de cijfers

Dat Robert lid werd van het algemeen bestuur was volgens hem best logisch omdat hij als wethouder van de gemeente Noordenveld onder andere handhaving en milieu in zijn portefeuille heeft. Minder vanzelfsprekend was het dat hij ook zitting zou nemen in het dagelijks bestuur en voorzitter van beide besturen zou worden. ‘Ik stond er zeker voor open om voorzitter te worden, maar ik ben in het verleden ook best kritisch geweest op de RUD Drenthe en ik wilde niet dat dat een goede samenwerking in de weg zou staan’, legt Robert met respect uit. ‘Daar hebben we vooraf een open en goed gesprek over gevoerd en ik ben nu heel blij met het goede contact en de fijne samenwerking met onder andere Marjan (directeur) en Martin (directiesecretaris). Nu ik als voorzitter dichter bij de organisatie betrokken ben, zie ik veel meer dan alleen de cijfers en heb ik een andere kijk gekregen op de RUD Drenthe. We bespreken dingen waar we tegenaan lopen en de zaken die er spelen, waardoor het verhaal achter de cijfers meer inzichtelijk wordt. Het blijft belangrijk om naar elkaar, de deelnemers (de twaalf gemeenten en provincie) en andere betrokkenen goed te communiceren over waarom iets nodig is en waarom we het zo doen.’

Het algemeen en het dagelijks bestuur

De RUD Drenthe kent een algemeen bestuur dat de uiteindelijke besluiten neemt en een dagelijks bestuur voor de dagelijkse aansturing en gang van zaken. Het algemeen bestuur bestaat uit twaalf afgevaardigden van de deelnemende gemeenten en één van de provincie Drenthe.

Vijf leden van het algemeen bestuur vormen het dagelijks bestuur. Daarbij zijn in ieder geval drie bestuursleden werkzaam bij gemeenten. Elk uit een ander regio: Noord-, Zuidoost- of Zuidwest-Drenthe. Eén bestuurslid is werkzaam bij de provincie Drenthe. Het vijfde bestuurslid zorgt voor een oneven aantal bestuursleden wat wenselijk is voor het nemen van besluiten.

De RUD Drenthe vervult een belangrijke rol

In 2014 werd de RUD Drenthe vanuit een wettelijke verplichting opgericht. Robert herinnert zich die periode nog goed. ‘Ik ben blij dat er destijds in Drenthe voor gekozen is om, in tegenstelling tot andere provincies, één uitvoeringsdienst op te richten. Dat was een goed uitgangspunt voor de verdere samenwerking. Onze missie is een schoon, veilig en duurzaam Drenthe. Met andere woorden; we werken er met alle deelnemers samen aan, dat we nu en in de toekomst goed en fijn kunnen leven in Drenthe, met ruimte om te ondernemen en waarbij de regel- en wetgeving wordt gerespecteerd. Dat is in de basis waar we voor staan’, legt Robert gedreven uit. De RUD Drenthe vervult dus een belangrijke rol die volgens Robert helaas niet altijd zichtbaar is. ‘We werken vooral achter de schermen. Hoe minder je over de RUD Drenthe hoort of ziet, des te beter doen wij ons werk en is de handhaving op orde. Als voorzitter wil ik graag de belangrijke rol van de RUD Drenthe voor het voetlicht brengen, laten zien dat het een heel zinvolle organisatie is en de belangen zo goed mogelijk behartigen. Zo probeer ik in landelijke overleggen en in de contacten met de ministeries en de Haagse politiek, bewustwording te creëren over de haalbaarheid van alle extra taken die bedacht worden. Want daar hoort ook een goede financiering bij. Zoals de voormalig voorzitter van de VNG, Jan van Zanen vaak zei: ‘geen knaken, geen taken’.’

 

‘Het is ónze RUD Drenthe en ik kijk vol vertrouwen
naar de toekomst’

 

Gedreven medewerkerkers die bewust kiezen voor de RUD Drenthe

Bij de oprichting van de RUD Drenthe was het best een uitdaging om één organisatie op te zetten vanuit dertien verschillende organisaties. ‘De betrokken medewerkers moesten ergens anders gaan werken en sommigen kregen andere taken. Dat zijn altijd ingrijpende processen’ legt Robert begripvol uit. ‘Inmiddels is de organisatie verder geprofessionaliseerd en ook flink gegroeid. Ik vind het heel mooi om te zien dat we nu werken met een team enthousiaste en gedreven medewerkers die heel bewust kiezen voor het milieuvak en voor de RUD Drenthe. Tegelijkertijd hebben we nu te maken met de nieuwe uitdaging, dat het op de huidige arbeidsmarkt lastig is om personeel te werven en te behouden. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor vrijwel alle organisaties en bedrijven.’ Om het werk van de omgevingsdiensten en hun rol bij diverse actuele vraagstukken zoals klimaatverandering, verduurzaming, energiebesparing en stikstofreductie meer onder de aandacht te brengen, voert de RUD Drenthe de arbeidsmarktcampagne ‘Werken bij NOD (Noordelijke Omgevingsdiensten)’. ‘Wij voeren deze campagne samen met de Omgevingsdienst Groningen en de FUMO. Hierdoor werken we aan onze naamsbekendheid en een groeiend aantal reacties op vacatures. Juist door samen te werken, in plaats van elkaar te beconcurreren, versterken we onze gezamenlijke positie op de arbeidsmarkt’, constateert Robert tevreden.

 

Vertrouwen in de toekomst

Er is in de afgelopen jaren al veel veranderd, de organisatie is in diverse opzichten gegroeid en heeft een professionaliseringsslag gemaakt. Wat zijn volgens Robert belangrijke uitdagingen voor de toekomst? ‘We zullen constant moeten meebewegen met de opgaven en de uitdagingen die nog op ons en op de samenleving af komen, zoals bijvoorbeeld de energietransitie. Daarbij is het ook heel belangrijk dat er een robuuste financiering komt voor alle taken die uitgevoerd moeten worden en dat we draagvlak houden bij de deelnemers. Zoals al eerder gezegd ben ik er best trots op dat alle Drentse gemeenten in 2014 uniform alle taken bij de RUD Drenthe hebben neergelegd. Het is dus ónze RUD Drenthe en ik kijk vol vertrouwen naar de toekomst waarin onze organisatie nog verder zal professionaliseren en nog zelfstandiger zal worden.’